¿Te gusta volar?

Praat mee in het Spaans over het vliegveld en wat je meeneemt in je koffer

 

Een weekendje Madrid, Sevilla of Barcelona? Je koffer is zo gepakt, maar hoe zeg je in het Spaans wat je meeneemt? En wat vraag je bij het inchecken? In deze Spaanse gespreksoefening oefen je Spaans op het vliegveld en alles voor een leuk gesprek over koffers inpakken en voorpret in het Spaans!

Dit onderwerp is geschikt voor ongeveer A2-niveau. Aan het einde vind je ook een aantal vragen voor B1-niveau.

🎧 Liever eerst luisteren? Dit onderwerp bespreek ik ook in de podcast: Binnenkort beschikbaar.

📅 Samen oefenen? Op donderdag 29 oktober van 10:00 tot 11:15 uur praten we over dit onderwerp tijdens een sesión de conversación in Club de Español. Probeer de Club 2 weken gratis en doe mee!

 

 

🧳 ¿Qué llevas en la maleta?

Wanneer iemand in het Spaans vraagt:

¿Qué llevas en la maleta?

dan wil diegene weten:

Wat neem je mee in je koffer?

Je kunt op verschillende manieren antwoorden:

Siempre llevo mi pasaporte.
Ik neem altijd mijn paspoort mee.

Esta vez solo llevo equipaje de mano.
Deze keer neem ik alleen handbagage mee.

Siempre llevo demasiado.
Ik neem altijd te veel mee.

Voor het inpakken heb je vier handige werkwoorden:

  • meter = stoppen / inpakken (iets in je koffer doen): Meto la ropa en la maleta.
  • poner = zetten / leggen: Pongo la maleta en la cinta.
  • llevar = meenemen (weg van de spreker): Llevo mi pasaporte.
  • traer = meebrengen (naar de spreker toe): Traigo regalos de Madrid

 

🗣️ Preguntas para conversar

 

🧳 Antes de salir: la maleta

1. ¿Te gustan los viajes cortos a una ciudad?

Hou je van korte stedentrips?

  • Sí, me encantan las escapadas a la ciudad.
  • Prefiero viajes más largos.
  • Depende de la ciudad.

2. ¿Cuándo haces la maleta?

Wanneer pak je je koffer in?

  • Hago la maleta el día antes.
  • Siempre hago la maleta en el último momento.
  • Hago una lista y empiezo unos días antes.

3. ¿Qué llevas siempre en tu equipaje de mano?

Wat neem je altijd mee in je handbagage?

  • Siempre llevo mi pasaporte y mi cargador.
  • Llevo un libro y unos auriculares.
  • Nunca llevo mucho efectivo.

4. ¿Llevas equipaje de mano o facturas una maleta?

Neem je handbagage mee of check je een koffer in?

  • Esta vez solo llevo equipaje de mano.
  • Facturo una maleta pequeña.
  • Depende de cuánto tiempo voy a estar.

5. ¿Qué metes en la maleta para un fin de semana en Madrid?

Wat stop je in je koffer voor een weekend in Madrid?

  • Meto solo lo esencial.
  • Meto ropa cómoda y un jersey por si hace frío.
  • Siempre meto demasiado.

6. ¿Qué cosas olvidas a veces?

Wat vergeet je weleens?

  • A veces olvido el cargador.
  • Casi siempre olvido el cepillo de dientes.
  • Nunca olvido nada, porque hago una lista.

 

✈️ En el aeropuerto

7. ¿Te gusta volar? ¿Y los aeropuertos?

Vind je vliegen leuk? En vliegvelden?

  • Sí, me gusta mucho volar.
  • No mucho, me da un poco de miedo.
  • Me gusta volar, pero no me gustan los aeropuertos.

8. ¿Cuánto tiempo antes llegas al aeropuerto?

Hoeveel tijd van tevoren kom je op het vliegveld aan?

  • Llego dos horas antes.
  • Prefiero llegar con mucho tiempo.
  • Llego justo a tiempo.

9. ¿Qué haces primero en el aeropuerto?

Wat doe je eerst op het vliegveld?

  • Primero facturo mi equipaje.
  • Después paso el control de seguridad.
  • Luego busco la puerta de embarque.

10. ¿Qué haces mientras esperas en la puerta de embarque?

Wat doe je terwijl je wacht bij de gate?

  • Leo un libro o miro el móvil.
  • Tomo un café y escucho música.
  • Observo a la gente que pasa.

 

🕰️ Mi último viaje

Voor een reis die je net hebt gemaakt gebruik je vaak het perfecto. Voor een afgesloten moment in het verleden gebruik je het indefinido:

Hoy he perdido mi móvil.
Vandaag ben ik mijn mobiel kwijtgeraakt.

Ayer perdí mi cargador.
Gisteren raakte ik mijn oplader kwijt.

 

11. ¿Has viajado recientemente?

Heb je onlangs gereisd?

  • Sí, esta semana he hecho un viaje corto.
  • Sí, el mes pasado viajé a Sevilla.
  • No, últimamente no he viajado.

12. ¿Adónde viajaste la última vez?

Waar ging je de laatste keer naartoe?

  • La última vez viajé a Lisboa.
  • Viajé a Madrid con unos amigos.
  • Viajé solo/sola a Sevilla.

13. ¿Qué llevaste la última vez?

Wat nam je de vorige keer mee?

  • La última vez llevé demasiado.
  • Llevé solo equipaje de mano.
  • Llevé ropa cómoda y una cámara.

14. ¿Has olvidado o perdido algo alguna vez en un viaje?

Ben je ooit iets vergeten of kwijtgeraakt tijdens een reis?

  • Sí, una vez olvidé mis auriculares.
  • Sí, una vez perdí mi equipaje.
  • No, nunca he perdido nada.

15. ¿Cómo fue tu último viaje en avión? Cuéntalo con “primero, después, luego”.

Hoe was je laatste vliegreis? Vertel het met “eerst, daarna, dan”.

  • Primero llegué al aeropuerto y facturé mi equipaje.
  • Después pasé el control de seguridad.
  • Luego encontré la puerta de embarque y al final embarqué.

 

 

 

🟡 Nivel B1: preguntas más avanzadas

 

16. ¿Qué llevarías a un citytrip en otoño? ¿Y a unas vacaciones de playa?

Wat zou je meenemen op een stedentrip in de herfst? En op een strandvakantie?

  • Para un citytrip en otoño llevaría ropa cómoda y un abrigo ligero.
  • Para unas vacaciones de playa metería el bañador y unas chanclas.

17. ¿Reservarías un hotel o un apartamento? ¿Por qué?

Zou je een hotel of een appartement boeken? Waarom?

  • Reservaría un apartamento en el centro, porque es más cómodo.
  • Reservaría un hotel, porque no quiero cocinar en vacaciones.

18. ¿Qué es mejor para ti: viajar solo con equipaje de mano o facturar una maleta grande?

Wat is voor jou beter: alleen met handbagage reizen of een grote koffer inchecken?

  • Para mí, es mejor viajar ligero, para no tener que esperar la maleta.
  • Prefiero facturar, porque así puedo llevar más cosas.

19. ¿Cuál es el mejor viaje corto que has hecho?

Wat is de beste korte reis die je hebt gemaakt?

  • El mejor viaje corto que he hecho fue a Lisboa. Me encantó la ciudad.
  • Un fin de semana en Sevilla hace cinco años fue inolvidable. Disfruté mucho.

20. ¿Te ha pasado alguna vez algo inesperado en un aeropuerto?

Is je ooit iets onverwachts overkomen op een vliegveld?

  • Una vez perdí el vuelo porque llegué tarde a la puerta de embarque.
  • A mí nunca me ha pasado nada, porque siempre llego con mucho tiempo.

21. ¿Qué cosa no puede faltar nunca en tu maleta?

Wat mag nooit ontbreken in je koffer?

  • Lo que no puede faltar es mi cargador.
  • Un buen libro no puede faltar nunca.

📚 Vocabulario útil

🧳 La maleta y el equipaje

la maleta = de koffer
el equipaje de mano = de handbagage
el equipaje de bodega = de ruimbagage
el neceser = de toilettas
el pasaporte = het paspoort
el DNI = de Spaanse identiteitskaart  (Documento Nacional de Identificación)
el cargador = de oplader
los auriculares = de oordopjes / de koptelefoon
las gafas de sol = de zonnebril
la tarjeta bancaria = de bankpas
el efectivo = het contante geld
un jersey = een trui
las chanclas = de slippers
el bañador = de zwembroek / het badpak

 

✈️ En el aeropuerto

el vuelo = de vlucht
el destino = de bestemming
la puerta de embarque = de gate
el mostrador de facturación = de incheckbalie
facturar = inchecken (bagage afgeven)
el control de seguridad = de veiligheidscontrole
la cinta = de band
la bandeja = het bakje
hacer cola = in de rij staan
embarcar = aan boord gaan

 

⏱️ Contar en orden

primero = eerst
después = daarna
luego = vervolgens / dan
al final = uiteindelijk

hoy, esta mañana, recientemente = vandaag, vanochtend, onlangs (perfecto)
ayer, la semana pasada, el año pasado = gisteren, vorige week, vorig jaar (indefinido)

🔤 Verbos útiles

hacer la maleta = de koffer inpakken (yo hago)
poner = zetten / leggen (yo pongo)
meter = (ergens in) stoppen / doen
llevar = meenemen / dragen
traer = meebrengen
perder = kwijtraken / verliezen
olvidar = vergeten
viajar = reizen
reservar = boeken

 

💬 En el mostrador

  • Quisiera facturar mi equipaje. = Ik wil graag mijn bagage inchecken.
  • ¿Dónde están los mostradores de facturación? = Waar zijn de incheckbalies?
  • Sus billetes y DNI, por favor. = Uw tickets en ID-kaart, alstublieft.
  • Ponga su equipaje en la cinta, por favor. = Zet u uw bagage op de band, alstublieft.
  • ¿Tiene algo que declarar? = Heeft u iets aan te geven?

💡 Tip para practicar solo

Kies een korte reis of stedentrip die je onlangs hebt gemaakt, of die je binnenkort gaat maken.

Probeer daarna één minuut in het Spaans over de reis te vertellen aan de hand van deze vragen:

  • ¿Adónde viajaste? / ¿Adónde vas a viajar?
  • ¿Qué llevaste en tu maleta? / ¿Qué vas a llevar en tu maleta?
  • ¿Qué pasó en el aeropuerto? / ¿Cómo vas a viajar?
  • ¿Qué fue lo que más te gustó? / ¿Qué es lo que más esperas?

Je hoeft je antwoord niet eerst helemaal op te schrijven. Probeer gewoon te vertellen wat je denkt. Kom je niet op een woord? Omschrijf het dan op een andere manier.

Je kunt jezelf ook opnemen en daarna terugluisteren. Zo merk je snel welke woorden of zinnen je nog mist. Wil je horen hoe zo’n minuut kan klinken? In de podcastaflevering over dit onderwerp hoor je een voorbeeld.

 

 

¿Quieres practicar español hablando?

Wil je Spaans niet alleen leren, maar ook zelfverzekerder leren spreken?

Tijdens de sesiones de conversación van Club de Español praat je in tweetallen over herkenbare onderwerpen, zoals dit. Je bereidt je vooraf voor met vragen, voorbeeldantwoorden en handige woordenschat, zodat je tijdens de sesión makkelijker kunt meepraten. Elke week zijn er twee sesiones, steeds over een ander onderwerp: bekijk het rooster.

Je hoeft dus niet perfect Spaans te spreken. Het belangrijkste is dat je de taal gebruikt.

 

Wil je ontdekken of Club de Español bij je past? Probeer de Club dan twee weken gratis.

👉 Probeer Club de Español 2 weken gratis

Leave a Reply

Aanvraag E-Book Spaans

Ontvang het gratis Ebook "Spaans Leren & Spreken"


Dit zal sluiten in 0 seconden